Ze is de eerste vrouwelijke professor die een eredoctoraat van de UT ontvangt: Sheila Jasanoff, hoogleraar Science & Technology Studies aan Harvard University in Cambridge, Massachusetts. De geboren Indiase vertelt in haar werkkamer in de John F. Kennedy School of Government over haar jeugd, carrière en de harde wereld die Harvard heet. `Ik ben er nooit vanuit gegaan dat het makkelijk zou worden.'
Sheila Jasanoff is een verschijning. Niet alleen door de kleurige Indiase sari die ze dagelijks draagt, maar vooral door haar gracieuze gebaren, haar zorgvuldig formuleren in on-Amerikaans Engels, haar ontwapenende lach. Vriendelijk begroet ze haar Nederlandse bezoek in een door boeken gedomineerde werkkamer. In het gelid staan natuurlijk haar eigen boeken, het recente Designs on Nature over de politiek van biotechnologie, het Science at the Bar, over technologie in de rechtszaal en The Fifth Branch, over wetenschappelijke adviescommissies als beleidsmakers. Maar ongetwijfeld prijken tussen alle vakliteratuur, ergens bij de letter J, ook de publicaties van haar man (tevens Harvard-professor), haar zoon (professor aan aangrenzende Massachusetts Institute of Technology) en haar dochter (professor in Virginia).
Jasanoff wikkelt haar sari comfortabel om zich heen en neemt plaats. Op haar praatstoel, zo blijkt. Openhartig en uitgebreid vertelt ze over haar jeugd. Ze wordt in 1944 geboren in Calcutta, India. Moeder doceert, vader is econoom. Omdat haar vader zijn studies in Duitsland voltooide, streeft hij ook voor zijn kinderen een westerse educatie na. Als hij bij de Verenigde Naties gaat werken, verhuist het hele gezin naar New York. Sheila en haar broer gaan er naar een hoog aangeschreven highschool. Daarna doet ze haar bachelor (wiskunde) op Harvard. `Vanaf dat moment, na de middelbare school dus, ben ik ook een sari gaan dragen. Dat was gebruikelijk in India. En mijn ouders hielden vast aan die set van waarden en normen. Het was ook altijd de bedoeling van mijn vader dat we na onze opleidingen zouden terugkeren naar India. Maar dat is nooit gebeurd.'
Haar vader besluit dat zijn talentvolle dochter na het behalen van haar bachelor een studie scheikunde moet gaan doen, in Duitsland. `Dat voelde alsof ik in een ijskoud bad werd gegooid', zegt ze. `Ik wilde taalkunde studeren en dat ben ik toen ook gaan doen, aan de universiteit van Bonn. Mijn vader was het daar niet mee eens en hij onterfde me. Mijn toelage werd onmiddellijk stopgezet. Dat klinkt extreem, maar je moet begrijpen, ik kwam uit een traditioneel Indiaas gezin, waar respect en gehoorzaamheid centraal stonden. Mijn vader dacht nu eenmaal dat scheikunde het beste voor me was.'
Er breekt een moeilijke tijd voor haar aan. Ze moet zichzelf zien te onderhouden (`being financially independent felt like victory') en in het Duitsland van de zestiger jaren is men geen immigranten gewend. `Ik kreeg voor het eerst in mijn leven te maken met racial stereotyping.' Al in de eerste week Bonn ontmoet ze haar man, een Amerikaanse wetenschapper die, net zoals zij uiteindelijk zal doen, historische taalkunde bestudeert. Terug in Amerika wonen ze een jaar aan de westkust, haar man heeft er een aanstelling op Berkeley. In 1970 verhuist het stel terug naar Cambridge. Jasanoff promoveert in 1973 aan Harvard in het vakgebied taalkunde en krijgt haar eerste kind. Haar man bemachtigt een aanstelling op Harvard binnen het departement taalkunde.
Het stel beseft dat ze qua loopbaan eigenlijk in elkaars vaarwater zitten. `Het was een puzzling period', analyseert Jasanoff. `We moesten twee carrières combineren en kwamen tot de conclusie dat we niet beiden de top in hetzelfde veld konden behalen. Zoveel goede plaatsen waren er niet te vergeven. Dat ik me inschreef voor Harvard Law School was dan ook een strategische beslissing. Het was een logische keuze dat ík dat ging doen, mijn man is echt gemaakt voor zijn vakgebied, ikzelf had niet zo duidelijk een speciale roeping.' Tijdens de rechtenstudie krijgt ze haar tweede kind. `Daar was men niet op berekend. Ik kan me herinneren dat mijn baby tijdens een lang tentamen werd binnengebracht zodat ik haar kon voeden. Ik was waarschijnlijk de eerste vrouwelijke student daar met een kind.'
Het juridisch denken en redeneren ligt haar goed. Maar ze wil haar kennis na het behalen van haar graad niet inzetten in de alledaagse rechtspraktijk. `Ik was gewoon niet geïnteresseerd in dat soort problemen, ik wilde samen met andere intelligente mensen werken aan iets dat betekenis had.' Ze werkt enkele jaren bij een advocatenkantoor dat gespecialiseerd is in milieurecht. Dan, in 1978, komt de carrière van haar man weer langszij, hij kan een aanstelling krijgen op Cornell University, net als Harvard een Ivy League-universiteit (de Amerikaanse eredivisie van acht universiteiten), maar dan in de staat New York.
Daar, in Ithaca, neemt ook de academische carrière van Sheila een vlucht. Ze begint als onderzoeker bij het program voor Science, Technology & Society (STS) en klimt gestaag op. Ze publiceert veel over milieuwetgeving en de internationale verschillen daarin. Langzamerhand raakt ze geïnteresseerd in de manier waarop wetenschap, technologie en politieke culturen met elkaar interacteren. Haar werk valt op en wordt gewaardeerd, maar een eigen department, een eigen vakgroep ontbreekt. Cornell vindt een creatieve manier om haar tóch een vaste aanstelling te geven, dit tot ergernis van minder fortuinlijke collega's. `Noem het academic jealousy', zegt Jasanoff fijntjes. Ze schetst een geschiedenis van fondsenwerving, tegenslagen, successen, het schrijven van talloze voorstellen, haar eerste boek. Na bijna tien jaar gaat ze oogsten. Ze wordt directeur van het STS-program en mag dan eindelijk in 1991 hoofd worden van een eigen departement STS. Het opbouwen en uitbouwen daarvan ziet ze als `het absolute hoogtepunt' van haar carrière.
In totaal werkt ze twintig jaar op Cornell. Aan die periode komt een einde wanneer haar man een baan accepteert op Harvard. Sheila volgt hem (`it's the story of my life'); Harvard heeft ook een mooie post voor haar. `Cambridge voelt voor ons toch het meeste als thuis, we hebben nergens zoveel geleerd als daar', verklaart ze de verhuizing. `Ook is Harvard wetenschappelijk gezien een meer centrale plek. Op Cornell voelden we ons altijd wat afgesloten van de rest van de wereld.'
Op Harvard bestaat geen departement STS, de geschiedenis lijkt zich te herhalen. Maar `iedereen' wil haar graag hebben, zo verzekert men haar. Ze krijgt een dubbele aanstelling bij de John F. Kennedy School of Government en de School of Public Health. Al snel blijkt dat de samenwerking met voor haar relevante vakgroepen moeizaam verloopt. `De vakgroep history of science, een departement waar ik bij uitstek goed mee zou kunnen samenwerken, heeft de deuren voor me gesloten', vertelt Jasanoff. Volgens haar hanteren de meeste van haar Harvard-collega's een andere definitie van interdisciplinair onderzoek dan zij. `Zij zien interdisciplinair werken als de landkaart van Amerika. De grenzen staan vast, er is geen ruimte voor iets nieuws. Ze willen wel samenwerken, maar dan tussen de bestaande gebieden. Voor iets compleet nieuws als een apart interdisciplinair vakgebied STS, is geen ruimte. Ik zie interdisciplinair werken als het landschap van Indonesië. Er kan zo een nieuw eiland bij. But most people are afraid of an altered landscape.'
Het Massachusetts Institute of Technology, ook in Cambridge, doet haar dan nog wel een mooi aanbod, maar dat vakgebied, urban studies, ligt haar niet. En dus probeert Jasanoff sinds 1998 uit alle macht haar vakgebied te ontwikkelen binnen Harvard.
`Het is een continue strijd die me soms boos en gefrustreerd maakt.' Echt thuis voelt ze zich dan ook niet. `Mijn verplichtingen als visiting professor zie ik eerlijk gezegd ook als een ontsnapping.' Ze denkt dat ze nog zo'n tien jaar op Harvard blijft werken en hoopt nog steeds dat ze STS alsnog van de grond krijgt op haar Alma Mater.
De dagelijkse realiteit mag dan vaak teleurstellend zijn, uit het contact met studenten haalt ze veel voldoening. Dat blijkt ook als ze de volgende middag het college Science, Power & Politics geeft aan een gemêleerde groep van graduate students. Een van hen, een Deense uitwisselingsstudent, schudt haar enthousiast de hand en bedankt haar dat ze hem heeft toegelaten in deze groep. Jasanoff stelt er veel belang in haar studenten persoonlijk te kennen. Het college, waarin Jasanoff als een soort gespreksleider fungeert, gaat over beeldvorming in de politiek. Wie geloven we, en op basis waarvan? Waarom geloven Amerikanen pas dat Noord-Korea een kernproef heeft gedaan als het Pentagon met bewijzen komt? Jasanoff: `Why do we need the American eye to see things for us?' De studenten doen erg hun best om met hun analyses bij de professor in de smaak te vallen. Jasanoff had vooraf al laten weten dat ze dat ook verwachtte. `De laatste keer zaten ze allemaal te slapen en daar was ik niet tevreden over.'
Het college geeft een goed beeld van waar Jasanoff zich in haar wetenschappelijke werk mee bezighoudt: de interactie van wetenschap en technologie met recht, politiek en democratie. En de uitdagingen die wetenschap en technologie leveren voor politiek en recht in democratische samenlevingen. Zo deed ze bijvoorbeeld onderzoek naar wetenschap in de rechtszaal en de rol van technische bewijsvoering. Dat leidde tot haar boek Science at the Bar. Wat zouden rechters moeten weten over goede wetenschap? Wie wordt door de rechtbank als een expert beschouwd, wie geloven ze? En hoe verhoudt de wetenschap die op zoek is naar de waarheid, zich met de rechtspraktijk die op zoek is naar gerechtigheid?
In haar recente boek, Designs on Nature, laat ze zien dat wetenschap niet vrij van politiek is. Dat doet ze door het analyseren van debatten over biotechnologie (genetische manipulatie en stamcellen) die hoog op de politieke agenda staan. `Technology is politics', zegt de professor. De manieren waarop enkele leidende westerse staten (Jasanoff onderzocht de VS, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) hun politieke keuzes maken, verschillen nogal. Deze verschillen in beleid en ethische beleving kunnen in een globaliserende wereld leiden tot obstakels als het gaat om het formuleren van gedeelde ideeën over human dignity, waarschuwt Jasanoff. Wetenschap mag volgens haar dan universeel zijn maar alleen als politiek-culturele verschillen er niet langer toe doen. Zowel ethische overwegingen als organisatiestructuren beïnvloeden de adoptie van nieuwe innovaties. Zo is er in Amerika een hogere acceptatiegraad als het gaat om groene (landbouw) biotechnologie, maar is men in Europa juist optimistisch over rode (medische) biotechnologie. Dat terwijl die politieke systemen zich elk op wetenschappelijke waarheden verlaten om hun keuzes te rechtvaardigen.
Jasanoff vraagt zich af of de democratie niet in het geding komt als burgers niet weten waar de beslissingen precies worden genomen: in anonieme regeringsadviescommissies, in expertmeetings. `Ik wil dat burgers zich daar in ieder geval van bewust zijn', zegt ze. `De argumenten van politici berusten vaak op wetenschap en technologie. We zijn Irak binnengevallen omdat er een technologische dreiging was. Maar waarom zouden wij Powell's inschatting van die dreiging geloven? Wie gelooft hij op zijn beurt? Wie adviseert hém?'
Dat wetenschap niet vrij van politiek is, ervaart Sheila ook op Harvard. President Bush heeft zich uitgesproken tegen onderzoek naar stamcellen, en dus moet het stamcelinstituut van Harvard het doen zonder federale steun. De nieuwe zakelijk directeur van het stamcelinstituut is niemand minder dan de broer van Christopher Reeve, de overleden Superman die een groot voorstander was van stamceltherapie. `Typisch Harvard om er een charismamachine op te zetten', verzucht Jasanoff. `I'm living the things I'm analyzing.' Overigens weet datzelfde stamcelinstituut niet hoe ze met haar inbreng om moeten gaan. `Zij vinden dat bio-ethiek iets anders is dan politiek en dus niet bij mij thuishoort. Ik was laatst uitgenodigd voor een bijeenkomst van het instituut, maar werd op het laatste nippertje alsnog geweigerd omdat de meeting uitsluitend voor bio-ethici zou zijn bestemd. Absurd.' En dat terwijl haar laatste boek bij uitstek over de materie ging. `Ik denk niet dat iemand binnen Harvard het gelezen heeft', klinkt het droog.
Het eredoctoraat van de UT betekent voor haar een belangrijke erkenning. Die ze ook nodig heeft nu ze op Harvard de wind tegen heeft. Dergelijke steuntjes in de rug kan ze goed gebruiken. `Zo kreeg ik laatst een email van een oud-student van mij van Cornell. Hij heeft nu zelf een boek geschreven en wil van de opbrengsten een prijs voor talentvolle studenten in het leven roepen die hij naar mij wil vernoemen. Dat iemand zijn educatie zo heeft gewaardeerd, dat betekent heel veel voor me.'
Buiten maken we nog een aantal foto's. Jasanoff trekt zorgvuldig haar sari recht. Ze heeft gekozen voor een carrière in Amerika, is nooit teruggegaan naar India, maar hecht nog steeds aan de Indiase dracht. `Waarom? Het vormt een deel van mijn identiteit, denk ik. Dat soort dingen gaat eigenlijk vrij onbewust. Zo heb ik ook nooit een Amerikaans accent aangenomen. Dat kan ik niet expres gedaan hebben, ik was immers pas twaalf toen ik hier kwam.'
We nemen afscheid van een vrouw die heeft moeten vechten voor wat ze wilde. Als jonge ambitieuze studente boog ze niet voor de wil van haar vader, maar ook nu, als gevierde wetenschapster levert ze nog strijd. Heeft ze nooit overwogen om er maar mee te stoppen? `Welnee', zegt ze oprecht verbaasd. `Never. Maar ik heb ook nooit verwacht dat het makkelijk zou worden.'
Eén laatste vraag. Hebben zij en haar vader het goedgemaakt?
Weer die ontwapenende lach. `Ja. Uiteindelijk wel. Hij is ontzéttend trots op me geweest. Net zoals ik dat nu ben op mijn kinderen.'
Sheila Jasanoff wordt internationaal gezien als een van de belangrijkste denkers op het gebied van science, technology & society. Ze studeerde taalkunde in Bonn en promoveerde ook op dat vakgebied. Vervolgens doorliep ze Harvard Law School en werkte enkele jaren als jurist. Daarna begon haar wetenschappelijke carrière aan de Cornell University, in Ithaca, New York. Sinds 1998 is ze als hoogleraar aan Harvard University in Cambridge verbonden. Als visiting professor was ze onder meer werkzaam aan de universiteiten van Yale, Oxford en Kyoto. Ze was fellow van het Berlijnse Wissenschaftskolleg, resident scholar van het Rockefeller Foundation's Bellagio study center en Leverhulme Visiting professor in Cambridge, Verenigd Koninkrijk. Ze heeft veelvuldig gepubliceerd over risicomanagement, biotechnologie en globalisatie. Haar werk leverde talloze prijzen en toekenningen op. Jasanoff zat onder meer in het bestuur van de American Association for the Advancement of Science en was voorzitter van de Society for Social Studies of Science.
In boekbesprekingen wordt haar werk craftsmanlike genoemd en wordt ze geroemd om haar mastery of detail and structure. Volgens haar erepromotor UT-hoogleraar Arie Rip (BBT-vakgroep Science, Technologie, Health and Policy Studies) zet Jasanoff altijd net dat extra stapje. `Door haar juridische achtergrond analyseert en formuleert ze bijzonder scherp. In een gebied als het onze vliegen de visies je om de oren, maar Sheila biedt een grondig, overall beeld. Ze heeft alle details altijd op een rijtje, het zit zo goed in elkaar dat je er simpelweg niet om heen kunt. Ze is niet om te blazen.' Volgens hem heeft Jasanoff een hoge dunk van de vakgroep STePHS. `Ze voelt zich in elk geval heel vereerd met dit eredoctoraat.' Rip leerde Jasanoff zo'n 25 jaar geleden kennen tijdens een conferentie in Boston. Sindsdien hebben ze regelmatig contact.
Nelly Oudshoorn, hoogleraar technologiedynamica en gezondheidszorg bij de faculteit BBT, werkte in 1998 vijf maanden als gasthoogleraar aan de Cornell University, op uitnodiging van Jasanoff: `Ik ken haar werkterrein dus heel goed. Jasanoff is een zeer inspirerende en markante persoonlijkheid, die hoge eisen aan zichzelf en anderen stelt. Sommige wetenschappers blinken uit op één terrein, Jasanoff doet dat op meerdere terreinen. Dat, maar vooral haar enorme hoeveelheid wetenschappelijke toppublicaties onderscheidt haar van vakgenoten.'
Willem Halffman, universitair docent bij STePHS: `Jasanoff zat in de beoordelingscommissie van mijn proefschrift, zodoende ken ik haar. Wat mij opviel was dat ze tijd maakt voor iedereen, juist voor jonge onderzoekers. Ik had de indruk dat ze de intelligentie van haar gesprekspartners scherp houdt door toespelingen te maken waarvan later het kwartje pas valt. Ik kan mensen dan ook adviseren om goed uitgeslapen met haar in gesprek te gaan!'
Volgende week: portret van Fraser Stoddart, hoogleraar anorganische chemie aan de Universiteit van Los Angeles (UCLA).
Vorige week: reportage over Harvard.
Boeken en full text artikelen van Jasanoff zijn te vinden in de Universiteitsbibliotheek:
http://www.utwente.nl/ub/news/
Jannie Benedictus en Maaike Platvoet
Sheila Jasanoff: `Wie geloven we, en op basis waarvan?'
Jasanoff hecht nog altijd aan de Indianse dracht.
Harvard Yard
Uit het contact met studenten haalt ze veel voldoening.